zondag, april 02, 2006

Vissersman Zeeschouw

Algemeen
In het algemeen geldt dat alle schouwen een plat vlak hebben, een openvallend boord en een invallend boeisel, waardoor een hoekige knikspant ontstaat. De voor- en achterspiegel zijn zeshoekig en staan bijna verticaal. Het boord en boeisel vallen hier tegen aan. De zeeschouwen hadden een bun in het ruim/ kuip. De zeeschouw (Lemsterschouw, spekbak) is een groter en zeewaardiger type van de Friesche schouw en bedoeld voor de Zuiderzeevisserij. Het voordek liep meer op dan bij de gewone Friesche schouw.De zeeschouw ontstond uit economische noodzaak: Door slechte vangstresultaten werden de Zuiderzeevissers gedwongen over te gaan op een goedkoop te bouwen visserschip.

Nadat de eerste rond 1900 gebouwd werd in Lemmer, trof men ze vooral aan in Hoorn, Enkhuizen, Lemmer en Stavoren. Er zijn enkele verschillen tussen de Lemster en Hollandse schouwen, zo maakt de Lemster schouw een gestrektere indruk doordat de zeeg vlakker is dan die van de Hollandse schouw, waar vooral de kop en daarmee het voordek hoger oploopt. Het Hollandse vlak is over de hele lengte gebogen, terwijl dat van de Lemster schouw 'stil staat'. Aanvankelijk werden de zeeschouwen van hout gebouwd, later van ijzer en staal.

Het oorspronkelijke type zeeschouw is waarschijnlijk ontworpen in de Lemmer, door Gerrit Wierda. Hij heeft tussen 1897 em 1918 zo'n 26 houten schouwen gebouwd.

Het in gebruiknemen van de schouw door Zuiderzeevissers wed dec schouw aangepast. Hierdoor bleek zij opgewassen te zijn tegen de zware omstandigheden op de Zuiderzee. In de loop van de jaren 1920-1930 is Hoorn ontwikkeld tot een schouwenvloot (spekbakkenvloot). De visserman zeeschouwen voeren een zogenaamde 'bottertuigage', d.i. grootzeil, botterfok (grote fok met schoothoek tot achter de mast) en een kluiffok op een losse kluiverboom. Hierbij is het tuig van de Lemster schouw wat hoger en slanker dan dat van de Hollandse, en de masttop is op z'n Fries, dus wat korter.*)

De visserij met de schouwen werd voornamelijk de Sleepnet-, fuiken-, hoekwant- en later de snoekbaarsnettenvisserij uitgeoefend.

Stukje geschiedenis HN53
Toen de schouw HN53 nieuw uitvoer (1948) was deze voorzien van een 9 pk White, ruwoliemotor, 1 cyl met 1200 omw p/m. In 1953 heeft er een hermotorisering plaatsgevonden. Wat voor motor er toen in geplaatst is, is voor ons nog onbekend.
Wel is bekend dat Minister van Doorn de huidige 10 pk SABB-diesel heeft in laten bouwen.

Bij aankoop in 2004 hebben wij in de winter van 2004/2005 de vrijwel nieuwe betimmering eruit gesloopt. Bij het slopen kwam het ijzeren vooronderschot tevoorschijn icl. het ronde patrijspoortgat.

Bij het slopen hadden wij inmiddels de patrijspoort ook gevonden. Dat was een leuke opsteker voor ons. Het vooronder hebben wij ingedeeld als volgt:
Een grote dwarskooi, met 2 kooigaten. Vervolgens aan weerskanten zitbanken en tegen het midden van het kooischot staat er een vuurduvel (houtkacheltje) opgesteld. Het is geschilderd met authentieke oude Ripolinverf.

Verder is een originele grootzeil bewaard gebleven en wordt nog volop gebruikt. Zeilmaker Klaas Snijder uit Urk heeft het grootzeil in 2005 nagezien en verklaarde dat wij er nog wel 2 seizoenen plezier van kunnen hebben.

Sinds 2005 is het schip aangemeld bij de vereniging Botterbehoud. Tevens ingeschreven als Varend Monument bij het nationaal Register Varende Monumenten SFONV, registratienummer: 2379